Monumenten
Typography
  • Smaller Small Medium Big Bigger
  • Default Helvetica Segoe Georgia Times

MONUMENTEN - Huis Welleveld in Duiven

Villa in de overgangsarchitectuur uit omstreeks 1863, voornamelijk beïnvloed door de chaletstijl en de neorenaissancestijl. De monumentenbescherming van gemeentewege was zowel van toepassing op villa als op de toegangspalen, de schuur en de volière. De villa is gebouwd als burgemeesterswoning voor Z.Th.J.F. baron van Dorth tot Medler.

De villa dateert uit omstreeks 1900. Het landgoed werd door de aanleg van de spoorlijn Arnhem/Zevenaar in tweeën gesplitst. Na de Tweede Wereldoorlog werd het pand bewoond door twee families. Het pand werd tot eind 2016 omgeven door een parkachtige tuin, onder meer voorzien van grote struiken, buxushagen en oude fruitbomen. Hoewel het pand in de loop der tijd op een aantal plaatsen is gewijzigd, zijn nog meerdere waardevolle elementen aanwezig.

Art Nouveau

Dit betreft zowel het interieur als het exterieur. De villa is een voorbeeld van de zogenoemde Overgangsarchitectuur.

Waarbij met name sprake is van invloeden van de Chaletstijl, Art Nouveau en het Rationalisme. De stijlbenaming Overgangsarchitectuur is van toepassing op veel bouwwerken die rond de eeuwwisseling zijn ontstaan en die een overgang vormen van de neostijlen en het historisme naar een meer moderne, niet of nog weinig aan historische stijlkenmerken gebonden architectuur.

Over het algemeen is er sprake van het door elkaar gebruiken van elementen uit de neorenaissance, de chaletstijl en de Art Nouveau, naast Berlagiaanse en rationalistische kenmerken.

Plattegrond en opbouw

De villa is gebouwd op een samengestelde plattegrond en heeft twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een schilddak, gedekt met leien.

De lage aanbouw tegen de achtergevel bezit één bouwlaag en een zolderverdieping. Het schilddak van de aanbouw is eveneens gedekt met leien. Op het dak bevinden zich vier dakkapellen en drie bakstenen schoorstenen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. Rondom het pand bevindt zich een lage uitspringende plint die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een zwarte verblendstenen deklijst, op de hoeken voorzien van natuurstenen beëindigingen.

Ter hoogte van de wisseldorpels bevindt zich een geel verblendstenen speklaag en ter hoogte van de bovendorpels een dubbele verblendstenen speklaag. De begane grond en de verdieping worden van elkaar gescheiden door een waterlijst van gele verblendsteen. Rondom zijn onder de bovenste waterlijst in Art Nouveau stijl smeedijzeren krulankers aangebracht. Naast de vensters op de verdieping bevindt zich siermetselwerk in ruitvorm, uitgevoerd in zwarte verblendsteen. De boogvelden zijn gepleisterd.

Voorgevel

De voorgevel is asymmetrisch ingedeeld. Nagenoeg in het midden van de gevel, op de begane grond, bevindt zich de entree.

De rondboogportiek is voorzien van rijk geprofileerde dagkanten, bestaande uit twee kwarthollen, een rechte kant en een plint. De voordeur bezit vensters met glas-in-lood voorzien van smeedijzeren ruitbeschermers. De deur wordt aan de bovenzijde afgesloten door een rondboogvormig drieruits bovenlicht met glas-in-lood. Een natuurstenen plaquette bevindt zich boven het portiek. Rechts naast de entree bevindt zich een vensteropening met een stolpraam en een drieruits bovenlicht met kathedraalglas.

Op de verdieping bevinden zich twee identieke vensters. De meest linkse travee bevindt zich ongeveer twee meter verder naar achteren ten opzichte van het overige deel van de voorgevel. Dit travee bezit, op de begane grond, twee identieke vensteropeningen met een tweeruits raam waarvan de onderste ruit is voorzien van een smeedijzeren raambeschermer. Rechts hiervan, in een steunbeerachtige muurdam die aan de bovenzijde is afgeschuind en voorzien van een hardstenen afdekking met waterlijstje, heeft de gevel een klein toiletraam. In het zijgedeelte van de voorgevel bevindt zich een smal rondboogvormig venster, voorzien van smeedijzeren ruitbeschermers.

Linker zijgevel

Tegen de linker zijgevel, links van de gevel, bevindt zich een aanbouw bestaande uit één bouwlaag en een zolderverdieping. De aanbouw is aan de voorzijde voorzien van twee deuropeningen.

Beide deuropeningen worden aan de bovenzijde afgesloten door een ontlastingsboog. De rechter zijgevel van de aanbouw heeft geheel links twee kleine segmentboogvormige vensters met enkelruits ramen. Rechts hiervan bevindt zich een vensteropening met een tweeruits bovenlicht.

Het onderraam is in een later stadium vernieuwd. Aan weerszijden van het venster bevindt zich een paneelluik.  De linker zijgevel heeft geheel rechts van de gevel op de begane grond twee kleine segmentboogvormige vensters, voorzien van smeedijzeren raambeschermers. Op de verdieping bevindt zich een vensteropening met een samengesteld drieruits raam met glas-in-lood. Links hiervan bevindt zich een smalle deuropening. Ter plaatse van de tweede verdieping heeft de gevel een vensteropening voorzien van een drieruits raam met glas-in-lood.

Achtergevel

De achtergevel van het hoofdgebouw is symmetrisch ingedeeld met in het midden op de begane grond een deuropening met een stolpdeur en een drieruits bovenlicht met gekleurd kathedraalglas.

Aan weerszijden van de deur bevindt zich een vensteropening. De onderlichten zijn in een later stadium vernieuwd, waarbij de raamindeling is gewijzigd. De drieruits bovenlichten hebben geprofileerde stijlen.

Op de verdieping bevinden zich drie vensteropeningen met stolpramen en een drieruits bovenlicht, identiek aan de bovenlichten van de vensters op de begane grond.  De achtergevel bezit ter plaatse van de aanbouw twee identieke vensteropeningen met een stolpraam en een tweeruits bovenlicht. Aan weerszijden van de vensters bevinden zich paneelluiken.

Rechter zijgevel

De rechter zijgevel is symmetrisch ingedeeld. De middelste travee risaleert enigszins en eindigt aan de bovenzijde in een schijnspant en zadeldak.

In dit travee, op de begane grond, bevindt zich een serre. De serre heeft gedecoreerde stijlen met vellingkanten en een lessenaarsdak. Rondom de serre bevindt zich een omlopende bakstenen plint. De dubbele deur en de ramen zijn in een later stadium vernieuwd. Aan weerszijden van de serre heeft de gevel een vensteropening met een stolpraam en een drieruits bovenlicht, identiek aan de vensters in de voor- en achtergevel.
 
Op de verdieping is in het midden van de gevel een brede vensteropening zichtbaar, voorzien van een samengesteld raam bestaande uit twee draairamen en een vierruits bovenlicht. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een vensteropening. De ramen zijn identiek aan de ramen op de verdieping in de voor- en achtergevel van het pand. De topgevel is voorzien van twee smalle enkelruits vensters.

Interieur

 

Het interieur van het woonhuis is redelijk goed bewaard gebleven. Er zijn nog meerdere oorspronkelijke interieurelementen in het pand aanwezig, waaronder de marmeren vloer in de gang en de tochtdeur.

Tevens bezit één van de hoofdvertrekken een fraaie vloer met gekleurde tegels in geometrische vormen. De serre is eveneens voorzien van de oorspronkelijke vloer met marmeren delen. Enkele vertrekken bezitten nog een marmeren of houten schouw, waarvan het gedeelte tussen de schouw en het plafond met neogotische motieven is beschilderd, en een houten plafond.

Waardering

 
Architectuurhistorische criteria:
Ondanks enkele latere wijzigingen is het pand een, voor Duiven, goed voorbeeld van een villa uit de jaren rond 1900, uitgevoerd in de voor die jaren kenmerkende overgangsarchitectuur. De villa valt op door de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en door de rijke detaillering van de gevels. Kenmerkend voor het pand zijn de speklagen in gele verblendsteen en de sierlijke door Art Nouveau invloeden in de detaillering van o.a. de krulankers. Het woonhuis bezit nog meerdere waardevolle interieurelementen, waaronder enkele oorspronkelijke tegelvloeren, marmeren schouwen en de tochtdeur in de gang. Typologisch gezien heeft de villa, voor de gemeente Duiven, een hoge zeldzaamheidswaarde als een van de weinige voorbeelden van een in de bovengenoemde stijl gebouwde villa.
 
Stedenbouwkundige criteria:
Het woonhuis is een beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan de Burg. Van Dorth tot Medlerstraat in Duiven. De villa is gelegen op een groot perceel. Het perceel was door de aanleg van de spoorlijn Arnhem-Zevenaar in tweeën gesplitst. De villa wordt omsloten door een parkachtige tuin, hetgeen een bijdrage levert aan de hoge stedenbouwkundige waarde van het pand. Het pand is van bijzonder belang voor de instandhouding van het historische dorpsbeeld ter plaatse.
 
Cultuurhistorische criteria:
De villa geeft een goed beeld van de huisvesting van welgestelden/notabelen in Duiven in de jaren rond 1900. Daarnaast is het pand van historisch belang als woonhuis van de burgemeester Z.Th.J.F. baron van Dorth tot Medler.
 
(Registratie gemeentelijke monumentenlijst | Aanwijzingsbesluit: 2 juli 1992)
 
* beschikt u over informatie of (beeld)materiaal? Gebruik dan (ook) onderstaand reactieformulier!