Monumenten
Typography
  • Smaller Small Medium Big Bigger
  • Default Helvetica Segoe Georgia Times
DUIVEN - Woondependence Instituut Geubbels aan de Rijksweg 32-34 in Duiven

Villa in de overgangsarchitectuur uit omstreeks 1905-1906. Op de garage (loods) linksachter de woning is monumentenbescherming niet van toepassing.

Historie en ligging

De villa bevindt zich aan de zuidzijde van de Rijksweg in Duiven.

Het pand is gelegen op een oude bouwplaats waarvan de bewoningsgeschiedenis bekend is vanaf omstreeks 1750. Het huidige pand werd in 1906 gebouwd in opdracht van P.M. Geubbels. Voor het ontwerp was de Doetinchemse architect Jan Ovink (1836-1925) verantwoordelijk. (zie afbeelding)

P.M. Geubbels was de eigenaar van een jongenskostschool in Duiven. Het woonhuis aan Rijksweg 32-34 werd als woondependance gebruikt voor een groot aantal kostschoolleerlingen.  Het pand is een voorbeeld van de zogenoemde Overgangsarchitectuur, waarbij met name sprake is van invloeden van de Chaletstijl, Art Nouveau en het Rationalisme. De stijlbenaming Overgangsarchitectuur is van toepassing op veel bouwwerken die rond de eeuwwisseling zijn ontstaan en die een overgang vormen van de neostijlen en het historisme naar een meer moderne, niet of nog weinig aan historische stijlkenmerken gebonden architectuur.

Over het algemeen is er sprake van het door elkaar gebruiken van elementen uit de neorenaissance, de chaletstijl en de Art Nouveau, naast Berlagiaanse en rationalistische kenmerken.  Zowel de beide zijgevels als de achtergevel zijn in de loop der tijd op een aantal plaatsen gewijzigd. Tevens is de balustrade op het platte dak van de serre verwijderd. Het dak wordt tegenwoordig niet meer als terras gebruikt. De indeling van het interieur is eveneens op enkele plaatsen gewijzigd. Toch bezit het pand nog meerdere waardevolle elementen, zowel wat betreft het interieur als het exterieur.

Plattegrond en opbouw

Het pand bestaat uit een bouwlaag en is gebouwd op een nagenoeg rechthoekige plattegrond
onder een samengesteld dak dat is gedekt met rode kruispannen. Op het dak bevinden zich zeven dakkapellen, een dakvenster en twee bakstenen schoorstenen. De oorspronkelijke dakkapellen hebben T-stolpramen voorzien van een T-vormige indeling met een drieruits bovenlicht met geel kathedraalglas. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband. De voorgevel wordt verlevendigd door speklagen en ontlastingsbogen in rode verblendsteen boven de deur- en vensteropeningen. Alle overige gevels zijn, met uitzondering van enkele ontlastingsbogen, gepleisterd.
 
  • 001
  • 002
  • 003
 

Voorgevel

De voorgevel is symmetrisch ingedeeld, voorzien van een dubbele topgevel waarvan de rechter als risaliet is vormgegeven.
Centraal in de gevel, op de begane grond, bevindt zich een portiek. De fraai gedecoreerde dubbele voordeur, in Art Nouveau stijl, bezit twee gebogen meerruits ramen, die aan elkaar gespiegeld zijn. Boven de deur bevindt zich een vierruits bovenlicht. De ruiten worden van elkaar gescheiden door smalle zuiltjes. Een ontlastingsboog en een natuurstenen latei bevinden zich boven de portiek.
 
Aan weerszijden van de portiek bevindt zich een venster met twee gekoppelde enkelruits schuiframen met een vierruits bovenlicht. Alle ruiten van het bovenlicht bestaan uit kathedraalglas. Het venster rust op een geglazuurde lekdorpel en wordt ontlast door een gesneden natuurstenen latei en een ontlastingsboog. Aan weerszijden van de vensteropening bevindt zich een groen geschilderd houten luik.
 
In beide topgevels zijn twee aan elkaar gespiegelde gebogen vensteropeningen aanwezig, voorzien van een meegebogen drieruits bovenlicht met kathedraalglas. De daklijsten worden in de top afgesloten door een sierspant.

 

Linker zijgevel

Geheel rechts is tegen de linker zijgevel een serre gebouwd.
De serre heeft vier zesruits vensters en een tuindeur die eveneens is voorzien van twee identieke zesruits vensters. Boven de deur en de vensters bevindt zich een strook smalle, langwerpige vensters, voorzien van kathedraalglas. De achterzijde van de serre is in een later stadium vernieuwd.
 
Links naast de serre bevindt zich een deuropening, voorzien van een vernieuwde samengestelde deur en een tweeruits bovenlicht, en een vensteropening, voorzien een vernieuwd samengesteld raam. Het gedeelte van de gevel links hiervan is lager. In dit geveldeel bevinden zich een deuropening, waarvan de deur eveneens in een later stadium is vernieuwd, en een vensteropening met een schuifraam. Aan weerszijden van de vensteropening zijn luiken bevestigd.

 

Achtergevel

De achtergevel is in een later stadium gewijzigd.
De gevel is symmetrisch ingedeeld met op de begane grond drie deuropeningen. Het dakschild is voorzien van een dakkapel. Oorspronkelijk was de gevel voorzien van een deuropening, met een paneeldeur en een tweeruits bovenlicht, en drie vensteropeningen.

 

Rechter zijgevel

De rechter zijgevel heeft geheel links een vensteropening,
voorzien van twee gekoppelde enkelruits schuiframen met een vierruits bovenlicht. Alle ruiten van het bovenlicht bestaan uit geel kathedraalglas. Het venster rust op een geglazuurde lekdorpel en wordt ontlast door een gesneden natuurstenen latei en een ontlastingsboog. De onderlichten van de het venster zijn voorzien van een houten luik. Verder bezit de rechter zijgevel twee identieke vensteropeningen met een zesruits schuifraam.
 
Rechts hiervan is een deuropening in de gevel aanwezig, voorzien van een bovenlicht en een zijlicht. Zowel de deur als de zij- en bovenlichten zijn in een later stadium gewijzigd. Tevens bezit de gevel een toiletraam. In het lagere geveldeel geheel rechts van de gevel bevinden zich een deur- en vensteropening. Zowel de deur als het raam is vernieuwd. Aan weerszijden van de vensteropening bevindt zich een donkergroen geschilderd houten luik.

 

Interieur 

Het interieur van het woonhuis is redelijk goed bewaard gebleven.
Er zijn nog meerdere oorspronkelijk interieurelementen in het pand aanwezig, waaronder de tegelvloer in de hal en de serre, de houten trap in de hal, de paneeldeuren en de openslaande deuren tussen de serre en de woonkamer. Tevens is de oorspronkelijke dakconstructie goed zichtbaar in het interieur.
 

Waardering

Architectuurhistorische criteria

Ondanks latere wijzigingen is het pand een, voor Duiven, goed voorbeeld van een villa uit de jaren rond 1900, uitgevoerd in de voor die jaren kenmerkende overgangsarchitectuur. De villa valt op door de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en door de rijke detaillering van de gevels. Kenmerkend voor het pand zijn de speklagen in rode verblendsteen, de gesneden natuurstenen lateien en de sierlijke door Art Nouveau invloeden in de detaillering van o.a. de verdiepingsvensters en de voordeur van de voorgevel.

Het woonhuis bezit nog waardevolle interieurelementen, waaronder de tegelvloer in de hal, de trap, de paneeldeuren en de kapconstructie. Typologisch gezien heeft de villa, voor de gemeente Duiven, een hoge zeldzaamheidswaarde als een van de weinige voorbeelden van een in de bovengenoemde stijl gebouwde villa. De villa is tevens van belang voor het oeuvre van de bekende Doetinchemse architect Jan Ovink.
 
Stedenbouwkundige criteria

Het woonhuis is een beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan de Rijksweg in de oude kern van Duiven. Aan deze belangrijke verbindingsweg verrezen in de negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw de meest voorname gebouwen van de kern Duiven. Het pand is van bijzonder belang voor de instandhouding van het historische dorpsbeeld ter plaatse.
 
Cultuurhistorische criteria

Het in 1906 gebouwde woonhuis geeft een goed beeld van de huisvesting van welgestelden / notabelen in Duiven in de jaren rond 1900. Daarnaast is het pand van historisch belang als woonhuis van de eigenaar van de jongenskostschool Geubbels en als tijdelijke woondependance van dit instituut.

(Registratie gemeentelijke monumentenlijst | Aanwijzingsbesluit: 2 november 2004)