De Makrobrand in Duiven 1986

Calamiteiten
Typography
  • Smaller Small Medium Big Bigger
  • Default Helvetica Segoe Georgia Times
DUIVEN - Makrobrand 18 december 1986 in Duiven

Makro`s in de brand

De actiegroep RaRa liet in de jaren ’80 met brandbommen vier Makro’s in vlammen opgaan. Daarmee bereikten de actievoerders hun doel: na de vierde brand trok het winkelbedrijf Makro zich terug uit Zuid-Afrika.

In 'Andere Tijden' de recherche, de Makro en, voor het eerst, een prominent lid van de RaRa zelf over idealen en het gebruik van geweld.

 
 
René Roemersma

René Roemersma: RaRa“Ik had het gehad met Nederland. En Nederland met mij.” In het oerwoud van Venezuela legt René Roemersma uit waarom hij al jaren geleden ons land heeft verlaten. Nu helpt hij Indianen een lokaal radiostation te bouwen. Ooit - tweede helft jaren tachtig - was hij de meest gezochte activist van ons land, omdat hij lid zou zijn van Nederlands meest geheimzinnige en gewelddadige actiegroep ooit, de Revolutionaire Anti Racistiese Aktie, oftewel RaRa.

RaRa pleegde aanslagen en liet onder meer vier Makro-vestigingen in vlammen opgaan. Er vielen geen doden, maar de totale schade was ruim 150 miljoen gulden. Voor enkelen waren de leden van RaRa idealisten die hun strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika extra kracht bijzetten, voor anderen waren het doodgewone terroristen die door brandstichting en bomaanslagen bedrijven als Makro en Shell Zuid-Afrika wilden uitjagen.

Anders dan andere Europese landen – zoals de RAF in Duitsland en de Rode Brigades in Italië - kende ons land geen traditie van terroristische organisaties die de samenleving wilden ontwrichten. Toch werd Nederland midden jaren ’80 opgeschrikt door acties die de BVD ‘gewelddadig politiek activisme’ ging noemen: inbraken, vernielingen, brandstichtingen en bomaanslagen.

Rene Roemersma: RaRaWijnand Duyvendak | Voormalig Onkruitactivist

Jan Dijk | Oud directeur Makro NederlandPaul Martens | Eerste onderzoeksleider LCT

Nog steeds is RaRa door mysteries omhuld. Wie er precies achter zaten, werd nooit bekend. Alleen René Roemersma, bekend als René R., stond in 1988 voor de rechter, waarmee hij het gezicht van RaRa werd. De rechtbank veroordeelde hem tot 5 jaar cel, maar in hoger beroep werd Roemersma grotendeels vrijgesproken wegens een vormfout. Nooit eerder sprak hij op televisie over RaRa en zijn idealen.

De beweging

“Ik was voor geweld. Ik ben niet iemand die bereid is de ene wang toe te keren, en dan de ander om daar twee klappen op te krijgen. Zeker niet na de Vondelstraat”, vertelt René Roemersma. In 1979 werd hij, student aan de Sociale Academie, actief in de Amsterdamse kraakbeweging: “Het was een soort verzet dat mij aansprak. Huizen bezetten, opknappen en dan verdedigen.” De jaren ’80 waren somber door de economische crisis met grote werkloosheid en harde bezuinigingen onder het kabinet Lubbers.

Roemersma wilde radicale verandering van wat hij zag als de verrechtsing van Nederland: “Het was een soort alles-of-niets-houding. Van verzet tegen de staat, tegen de overheid en de verburgerlijking.” Hij draaide mee in diverse kraakcollectieven en vertrok enige tijd naar Nicaragua ten tijde van socialistische revolutie daar. De sfeer in de kraakbeweging werd in die jaren steeds grimmiger. Gewelddadige ontruimingen, rellen en vernielingen waren aan de orde van de dag.

Veldslag in de Vondelstraat

Dieptepunt was de ware veldslag rond het kraakpand aan de Vondelstraat in maart 1980. Voor het eerst sinds de oorlog rolden er weer tanks door Amsterdam om een eind te maken aan de overmacht van krakers. Volgens Roemersma een keerpunt in de kraakbeweging: “Daar zijn veel mensen op afgeknapt”, vertelt hij. Sommigen haakten af, anderen, zoals hij zelf, radicaliseerden: “Die hadden zoiets van: als dit de staat is, kom dan maar op!”

Het ging de krakers begin jaren tachtig al lang niet meer om betaalbare huisvesting alleen. Velen waren bijna fulltime activist voor onder andere de anti-kernenergiebeweging, de vredesbeweging, het anti-militarisme, de anti-apartheidsstrijd en andere buitenparlementaire groepen. Een bonte verzameling activisten die ook wel ‘De Beweging’ werd genoemd. Gebouwen werden beklad, deursloten dichtgesmeerd, verfbommen gegooid of vernielingen gepleegd.

Soms ging het activisme verder; de geruchtmakende antimilitaristische actiegroep Onkruit brak bijvoorbeeld in bij militaire complexen waar ze geheime documenten buit maakten, die ze daarna publiceerden. Wijnand Duyvendak was in die jaren overtuigd Onkruit-activist: “Wij vonden dat wij ons eigen recht mochten maken”, vertelt hij.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst zag Onkruit als “de kraamkamer voor vele – gespecialiseerde – actiegroepen”. Ook Roemersma was begin jaren tachtig actief in Onkruit, vertelt Wijnand Duyvendak: “René was een doener, had ook altijd iets van een schoffie, een lefgozertje. Een beetje branie, wilde praat, altijd met grote plannen.”

Makro in de brand

In de loop van de jaren tachtig hielden zich in Nederland tientallen organisaties bezig met de bestrijding van apartheid. Ook het bedrijfsleven kreeg te maken met acties. De meeste waren legaal, breed gesteund en geweldloos. Tot de brandbomaanslag in januari 1985 op de villa van oliehandelaar John Deuss, die verdacht werd van illegale leveranties aan Zuid-Afrika. De aanslag richtte flinke schade aan en werd opgeeist door ‘Pyromanen tegen Apartheid’.

Die zomer werd ook het hoofdkantoor van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) belaagd met stenen en verfbommen. De SHV was van de steenrijke familie Fentener van Vlissingen en eigenaar van de Makro, met ook vestigingen in Zuid-Afrika. Toch dacht niemand aan een aanslag toen in de nacht van 16 op 17 september 1985 de Makro in Duivendrecht in vlammen opging, vertelt oud-Makrodirecteur Jan Dijk. “Ik dacht dat iemand een vetpan in het restaurant had laten staan, of aan kortsluiting.”

0002

Dat besef kwam pas toen een pagina’s lange claimbrief bij het ANP werd bezorgd: “Veranderingen vinden niet plaats door debatten in het parlement. Veranderingen moet men bevechten (…) Na langdurige voorbereiding vond om 3.19 uur aldaar de aanslag plaats op één van de onderdelen van het Nederlandse zakenimperium in Zuid-Afrika. Steun de revolutie in Zuid-Afrika en vorm het front in West-Europa. De Revolutionaire Anti Racistische Aktie”. De eerste door RaRa opgeëiste aanslag richtte een schade aan van ruim 50 miljoen gulden.

“Ik vond hem geslaagd. Ik vond hem wel raak ja!”, zegt een grijzende Roemersma 25 jaar later. Net als tijdens zijn proces in 1988 zwijgt hij over de acties zelf: “Niet relevant”, vindt hij. Hij vertelt wel over het waarom: “Nederland, een van oudsher welvarend landje met een rijke commerciële koopliedentraditie, profiteerde in feite bewust en onbewust mee van die apartheid als een extreme vorm van racisme.”

Volgens Roemersma hield de SHV met haar vestigingen in Zuid-Afrika het apartheidsregime in stand. Bovendien was de Makro kwetsbaar, vertelt hij. “Een merknaam kun je aanvallen. Het is niet moeilijk om een winkel in brand te steken!” Op de vraag hoe, moet Roemersma veelbetekenend lachen: “Dan moet je de politierapporten er maar eens op nalezen hoe je dat doet.”.

De 'anti-impies'

Lang niet iedereen in ‘De Beweging’ vond de actie geslaagd. “Ik vond het verschrikkelijk. Het was een gigantische brand. Ik vond het angstig en ik vond het politiek heel onverstandig,” vertelt toenmalig beroepsactivist Wijnand Duyvendak. Wie er achter RaRa zaten, wist hij toen niet, maar wel dat ze een grens hadden overschreden: “Je neemt risico’s die totaal onverantwoord zijn.” Duyvendak vreesde met vele anderen, zoals ook het ANC, dat het geweld een negatieve uitstraling zou hebben op de gematigde anti-apartheidsorganisaties.

Volgens de BVD kwam RaRa voort uit de anti-imperialistische stroming binnen ‘De Beweging’ en was het een “bundeling van radicale elementen uit de voormalige actiegroep Onkruit en de kraakweging.” Deze ‘anti-impies’ bestreden de kapitalistische maatschappij die met haar imperialisme de bron was van alle onrecht. Ook in de Derde Wereld. Zowel multinationals als overheden moesten met hun ‘repressieapparaat’ bestreden worden: “Brand- en bomaanslagen worden daarbij als legitiem middel gezien. Dit geweld beschouwt men als ‘tegengeweld’. Geweld als verdediging, als een politieke daad, om misstanden in het systeem aan de kaak te stellen”, aldus de BVD.

Roemersma geeft nog steeds weinig prijs over RaRa en de mensen die erbij betrokken waren: “Het was een gemengd gezelschap. Mensen die het allemaal behoorlijk zat waren over hoe het met name met racisme en het anti-racisme ging.” Hij vertelt dat men elkaar in kroegen, bij demonstraties en tijdens acties had ontmoet. Op de vraag of RaRa uit vijf, twintig of honderden mensen bestond, geeft hij geen antwoord: “Niet relevant” zegt hij weer vastberaden. “Dat zijn geen details waarvan ik vind dat ze relevant zijn voor de geschiedenis.” Tot op de dag van vandaag geldt de onderlinge geheimhouding die RaRa zo succesvol en ongrijpbaar maakte.

Nog meer branden

Na de Makro-brand volgden andere, kleinere vernielingsacties en brandstichtingen, opgeëist door groepen met schilderachtige namen als Comité Crash&Carry, Commando Ins Blaue Hinein en Kommando Van den Broek omlaag. Ook Shell werd nu doelwit, waarbij met name benzinestations het moesten ontgelden. Vooral het doorsnijden van brandstofslangen was populair.

Toch bleef de schade nog redelijk beperkt. Op 9 juli 1986 liet RaRa opnieuw van zich horen met een brandstichting bij het verpakkingsbedrijf Van Leer in Amstelveen. De schade was weliswaar veel minder dan bij de Makro maar toch 750.000 gulden. In de claimbrief riep RaRa op door te gaan met het bevechten van Westerse instituties die onderdrukking mogelijk maakten.

Het Gelderse Duiven werd het zwaarst getroffen

Toch was men er bij de Makro van overtuigd dat de aanslag in Duivendrecht een eenmalige actie was. Binnen de korste keren werd een vervangend filiaal geopend en was het ‘business as usual’, vertelt oud-directeur Jan Dijk. Maar in de nacht van 18 december 1986 werd Dijk opnieuw zijn bed uit gebeld, nu door de vestigingsbaas uit Duiven:

“De brand was al een uur aan de gang. De man zei erbij dat ook de vestiging in Amsterdam in de fik stond.” Het Gelderse Duiven werd het zwaarst getroffen; brandbommen legden de vestiging geheel in de as. Schade 38 miljoen gulden.

(Vrijwillige) Brandweer Duiven 1987 | foto: Rene Keultjes
Brandweer Duiven Groessen Loo 30 jaar geleden (87’)

v.l.n.r. boven: Reinard Berends, Martin Zoon, Thijs Jansen, Nico van Damme, Theo Bloemberg, Paul Bloemberg, Albert Mattijssen, Bennie Kampschreur, René Keultjes, Jan Jansen, Rob Weijers, Theo Jansen, Bennie Nijland, Willem Dusseldorp, Thijs Aaldering, Theo Mattijssen, Ben Engel. v.l.n.r. beneden: Hans Evers, Bennie Godschalk, Hans Bouwman, Wim Rutten, Toon van Hummel, Frans Vos, Hein Spiek. Niet aanwezig Gery Stevens, René van Brandenburg, Herman Ros, Bart Bos, Geert Mulder en Jan van Huet. (foto: Rene Keultjes | HWVDVE)

In Duivendrecht ontdekte het personeel diezelfde nacht een beginnende brand, ook ontstaan door een brandbom. Geen van de vijfentwintig aanwezige werknemers raakte gewond omdat men op dat moment in de kantine zat. Later vond men nog een brandbom. Deze had dienst geweigerd en zat verstopt in een tas met de tekst: “Gevaarlijk, niet aanraken. Brandbaar.” In de claimbrief schreef RaRa: “De verontwaardiging over het Zuid-Afrikaanse regime zakt weg. Zo ook de ondersteuning van het verzet. Om die wurgende stilte te doorbreken hebben wij acties uitgevoerd op twee Makro vestigingen.”

Terugblikkend vertelt Roemersma dat er al jarenlang voorwerk was verricht door allerlei comités en de anti-apartheidsbeweging: “Naar ons idee met te weinig resultaat. Het idee was; wie onderdrukt moet ook maar betalen.” Op de vraag of het niet fout had kunnen gaan met tientallen werknemers in het pand, reageert Roemersma geïrriteerd: “Ja, dat is lekker tendentieus! Het was geen explosief, het was een brandbom. Zo’n ding ontwikkelt zich langzaam, het is niet dat je in één klap in een vuurzee staat. En dan zijn er nog sprinklerinstallaties en een rookalarm. Je moet wel ontzettend veel pech hebben om daarbij gewond te raken.”

Op de knieën

De druk op de SHV werd steeds groter: na drie aanslagen veranderen de vijf overgebleven filialen in een soort vesting. Klanten moesten zich voortdurend legitimeren en ’s nachts stonden de brandploegen en bewakers in de aanslag, vertelt Jan Dijk. “Het was een naargeestige bedoening. En de omzet kelderde gewoon in mekaar.” De politie tastte volledig in het duister over de daders en op veel steun van de overheid hoefde het geplaagde bedrijf niet te rekenen. Men vond weliswaar dat de SHV niet moest buigen voor terreur, maar van extra beveiling door de overheid was nauwelijks sprake. Ook de verzekering van het bedrijf begon moeilijk te doen.

Paul Fentener van VlissingenEen maand later viel de genadeklap: op 10 januari 1987 werd de vestiging in het Limburgse Nuth door brandbommen geheel verwoest. “Een bedrijf (…) zoals de SHV zal zolang zij haar beleid niet wijzigt, moeten instaan voor de gevolgen,” schrijft RaRa. Volgens oud Makro-directeur Dijk was voor de SHV de situatie onhoudbaar geworden: “De verzekering zei, we stoppen ermee. Heel simpel.” Dijk vertelt dat de SHV-directie bijna had besloten de stekker er helemaal uit te trekken. Bij een volgende aanslag zou de hele bedrijfsvoering in Nederland worden gestopt:

“Alle Makro’s in Nederland dicht.” Zo ver kwam het uiteindelijk niet. Maar op 19 januari 1987 maakte een getergde Paul Fentener van Vlissingen wel bekend dat de SHV zich uit Zuid-Afrika terugtrok: “Ik denk dat wij moeten zeggen dat wij na 3 branden en 1 brandstichting door de knieën zijn gegaan.”

Terroristen?

Wijnand Duyvendak, zelf ook betrokken bij anti-apartheidsacties, vertelt dat hij destijds van dat bericht schrok: “Als de SHV zich moet terugtrekken, dan is dat een soort legitimatie voor dat geweld. De anti-apartheidsbeweging werd in grote problemen gebracht, omdat je voor het grote publiek geïdentificeerd werd met heel gewelddadige acties.” Het besluit van de SHV was een succes voor RaRa, maar verrassend genoeg zegt René Roemersma nu dat het hem weinig voldoening gaf: “Het apartheidsregime stond nog. Dat was niet gevallen. Er was een kleine overwinning behaald, maar het grotere doel nog lang niet.”

Aanslag op de woning van Aad Kosto in 1991Ondertussen zaten politie en justitie met de handen in het haar: de rechtsorde was geschokt maar men had geen idee van de daders; zij hadden geen enkel spoor nagelaten. Toch sprak minister van Justitie Frits Korthals Altes na de laatste brand ferme taal voor de televisiecamera’s: “We doen ons uiterste best om deze terroristen, want zo noem ik het langzamerhand, op te sporen.” Roemersma reageert nu nog verontwaardigd: “Die acties waren absoluut geen terrorisme.” Ook de schade van 150 miljoen gulden wuift hij weg:

“Dat is geld, en de verzekering. Dat is geen terrorisme. Ik geloof niet dat de eigenaar van SHV, Fentener van Vlissingen, ooit bang in zijn huis gezeten heeft omdat hij misschien zou denken dat dat ook de fik in zou gaan.” Oud Makro-directeur Jan Dijk weet beter. Volgens hem voelde zijn inmiddels overleden baas zich weldegelijk bedreigd: “Hij heeft een hele beveiliging opgebouwd rond zichzelf. Zowel rond zijn privéwoning als rond het SHV-gebouw en alle stappen buiten de deur. Vanwege RaRa.”

Anderhalf jaar na de eerste Makro-brand, en vier aanslagen verder, moest de opsporing definitief anders worden aangepakt. Begin 1987 werd de jacht op RaRa geïntensiveerd door de formatie van het 26 man tellend Landelijk Coördinatie Team. “Geen idee in welke richting we moesten zoeken”, vertelt Paul Martens, eerste onderzoeksleider van dat LCT, over de beginmaanden. Hoe dat verder ging ziet u in deel 2 van “De explosieve idealen van RaRa. De opsporing.”

Samenstelling en regie: Paul Ruigrok | Tekst en research: Carolien Brugsma

Beeldmateriaal:
Voor deze uitzending is vooral gebruik gemaakt van diverse journaals en actualiteitenprogramma’s zoals TROS Aktua en KRO’s Brandpunt uit de betreffende periode en uit de Andere Tijden uitzendingen over de Vondelstraat (2000) en Onkruit (2008). Daarnaast zijn er een aantal korte fragmenten gebruikt van de documentaire “De stad was van ons”, gemaakt door Joost Seelen en in 1997 uitgezonden door de NPS. Al deze programma’s zijn te vinden bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

bron(nen): wikipedia, andere tijden, Rene Keultjes | HWVDVE